Verkopen
Hoe Russischtalige expats hun Amsterdamse appartement verkopen en 'normaal' gaan wonen
Na 7 tot 10 jaar in Amsterdam komt het moment: 'we hebben besloten te verhuizen.' Over de grote Nederlandse uittocht naar de randgemeenten, de nieuwe cultus van het thuiskantoor, en waarom echte integratie betekent dat je je Amsterdamse appartement vrijwillig verkoopt.
Er is een bijzonder type klant. Meestal wonen ze al 7 tot 10 jaar in Nederland. Een succesvolle carrière. Een goed salaris. Een eigen appartement in Amsterdam. Kinderen. Een hond. Soms twee.
En op een dag bellen ze me en zeggen:
— We hebben besloten te verhuizen.
Op de vraag waarheen volgt meestal:
— Waarheen dan ook, als het maar niet Amsterdam is.
Amsterdam is niet langer de droom
Als een expat net in Nederland aankomt, lijkt Amsterdam perfect. Grachten. Fietsen. Musea. Cafés. Die internationale sfeer.
Een paar jaar later dient zich een nieuwe werkelijkheid aan. De kinderen moeten naar school gebracht worden. De hond moet uitgelaten worden. De auto moet ergens geparkeerd worden. De boodschappen moeten betaald worden. En de buurman boven heeft om de een of andere reden besloten te leren drummen.
En opeens blijkt dat de romantiek van de grachten ongeveer 3% van je leven beslaat. De overige 97% is gewone huishoudelijke logistiek.
De grote Nederlandse uittocht
Vrijwel elke Russischtalige expat legt dezelfde route af.
Eerst: “Alleen Amsterdam.” Dan: “Amstelveen is ook goed.” Een paar jaar later: “Haarlem is een heel prettige stad.” En weer een jaar later: “En hoe is het eigenlijk in Hilversum?”
Dan komen er bezichtigingen van huizen in Ede, Amersfoort, Arnhem, Zwolle of Apeldoorn. En volgt een opmerkelijke ontdekking: het blijkt dat je voor de prijs van een driekamerappartement in Amsterdam een volwaardig huis kunt kopen. Met een tuin. Met een parkeerplaats. Met een zolder. Met een berging. En dan houd je nog geld over voor een nieuwe keuken.
De eerste rit naar “de provincie”
Bij de meeste gezinnen ziet het er hetzelfde uit. Ze komen een huis bezichtigen. Ze openen de voordeur. Ze lopen de woonkamer in. Ze kijken naar de tuin. Dan kijken ze nog eens naar de tuin. En nog eens. Waarna ze vragen:
— Zit dit allemaal bij de prijs in?
Ja. Dit zit er allemaal bij in.
Op dit punt beginnen velen te vermoeden dat ze de afgelopen jaren wat krapper hebben gewoond dan nodig was.
De grootste vijand van het verhuizen
Nee, dat is niet de hypotheek. En ook niet de verkoop van het appartement. De grootste vijand heet: “Maar het werk is toch in Amsterdam.”
Dat houdt aan totdat iemand Google Maps opent en ontdekt dat de trein van Arnhem naar Amsterdam ongeveer even lang doet als zijn vroegere reis dwars door Amsterdam zelf, met de fiets, de tram en de metro. Daarna begint de psychologische barrière af te brokkelen.
Waar gezinnen naar zoeken na Amsterdam
Het interessante is hoe sterk de wensen veranderen. Als mensen hun eerste woning kopen, ziet het lijstje er meestal zo uit:
- dicht bij het centrum;
- dicht bij de metro;
- dicht bij restaurants;
- dicht bij het leven.
Tien jaar later wordt het een ander lijstje:
- rust;
- parkeergelegenheid;
- een goede buurt;
- een fatsoenlijke school;
- ruimte voor een thuiskantoor;
- een tuin;
- het liefst nog een extra werkkamer.
Het aantal vierkante meters wordt opeens belangrijker dan het aantal koffiezaken in de buurt.
De nieuwe cultus: de thuiswerkkamer
Waar expats vroeger droomden van een appartement bij het kantoor, ziet de droom er nu anders uit. Een aparte kamer. Een deur. Rust. Internet. En de mogelijkheid je tijdens een videocall af te sluiten van de kinderen.
Voor veel IT’ers is juist het thuiskantoor de doorslaggevende factor bij een verhuizing. Soms veranderen mensen er zelfs een hele stad voor.
De verkoop van het Amsterdamse appartement
Het aangenaamste deel van het hele verhaal. Terwijl de kopers van bezichtiging naar bezichtiging rijden en zich zorgen maken, ontdekt de verkoper opeens dat zijn appartement zowat iedereen interesseert. Er komen bezichtigingen. Biedingen. Onderhandelingen.
En dat vertrouwde gevoel dat eerder anderen hadden. Nu wacht niet langer hij op de beslissing van de verkoper — nu wachten de verkopers op zijn beslissing. De karma van de vastgoedmarkt werkt feilloos.
Een onverwacht probleem
Na de verkoop belanden velen in een existentiële crisis. Want het geld uit de verkoop van het appartement blijkt aanzienlijk meer te zijn dan verwacht. En de vraag rijst:
— Willen we dit echt allemaal aan een huis uitgeven?
Iemand die tien jaar geleden met twee koffers en een arbeidscontract in Nederland aankwam, staat nu te kiezen tussen een huis met een tuin van 200 vierkante meter en een huis met een tuin van 220 vierkante meter. Het leven weet soms te verrassen.
Wat er een jaar later gebeurt
Een jaar na de verhuizing stel ik mijn klanten meestal dezelfde vraag:
— Missen jullie Amsterdam?
Het antwoord is bijna altijd hetzelfde:
— We komen af en toe een rondje wandelen.
Wandelen. Precies. Niet om te wonen. Om te wandelen. Om naar een museum te gaan. Om op een terras te zitten. Om de stad te laten zien aan familie die op bezoek is. En daarna in de auto of de trein te stappen en naar huis te gaan. Naar een huis met een tuin. Parkeergelegenheid. Rust. En ruimte om al die spullen op te bergen die zich op de een of andere manier in tien jaar Nederland bij een gezin opstapelen.
De laatste fase van integratie
Er is een theorie die ik tot nu toe niet heb kunnen weerleggen. De echte integratie van een expat in Nederland vindt niet plaats wanneer hij zijn paspoort krijgt. En ook niet wanneer hij vloeiend Nederlands begint te spreken. Ze vindt plaats op het moment dat iemand zijn appartement in Amsterdam verkoopt en vrijwillig naar een andere stad verhuist.
Want dan begint hij naar Nederland te kijken niet als toerist, niet als tijdelijke bewoner en niet als expat — maar als iemand die werkelijk heeft besloten hier te wonen. Voorgoed. En het liefst met een eigen tuin.